Een technisch kader voor determinatie van knopen die als bodemvondst worden gevonden
Inleiding
Tussen 1675 en 1800 verandert er veel aan de metalen knoop. Ze worden groter, nieuwe materialen en productietechnieken komen in gebruik en de versieringen worden steeds uitgebreider.
Door mijn eigen onderzoek en de vele knopen die ik heb kunnen bestuderen, is hierover inmiddels behoorlijk wat informatie verzameld. In dit artikel breng ik deze kennis bij elkaar en kijk ik vooral naar de kenmerken die kunnen helpen bij het herkennen en dateren van knopen.
Via de verschillende links kun je verder lezen over de materialen, productietechnieken, vormen, versieringen en de ontwikkeling van het knoopoog.
Voor de determinatie van knopen uit de periode ca. 1675–1800 is kennis van productietechniek essentieel. Waar motieven vaak weinig onderscheidend zijn, geeft juist de maakwijze inzicht in datering, materiaal en constructie.
Deze periode kenmerkt zich door een overgang van voornamelijk kleine (tot ca 16mm) massieve gegoten knopen naar grotere knopen en een toenemend gebruik van plaatmateriaal. Dit laatste is o.a. ook te danken aan het modebeeld, de betere productietechnieken en de lagere kosten door het gebruik van minder metaal. Tegelijkertijd ontstaan verfijnde afwerkingstechnieken die het uiterlijk sterk beïnvloeden.
1. Context: overgang na 1675
In de periode 1575-1675 zijn knopen doorgaans:
- klein (tot ca 16mm)
- massief
- koepelvormig
- gegoten
- versieringen voornamelijk meegegoten
Na 1675 ontstaat een breder spectrum:
- gegoten knopen blijven bestaan maar dan vooral platte
- plaatknopen nemen toe vooral koepelvormig
- technieken worden gecombineerd
2. Gegoten knopen periode na 1675
Kenmerken
Nog veel massief gegoten knopen zonder stempel(beeld) op de achterzijde. Je ziet in deze periode dat de voorkeur voor de koepelvorm verandert naar platte knopen. De oudste gegoten exemplaren zijn vaak nog wat onregelmatiger van vorm door de wat oudere productiemethoden. Hetzelfde geldt voor de dikte. Oudere knopen zijn dikker. Bij latere knopen zie je dat ze ook gegoten steeds dunner worden.
Koepelknopen bestaan zeker ook nog wel maar zijn meestal groter dan 16mm en worden gemaakt van eerst gesoldeerd en later geperst/gestanst plaatmateriaal
Oog:
Bij koper(legeringen)
meegegoten klein staafoog (staafkort)
meegegoten boogoog
gesoldeerd gietdraadoog
zie o.a. plat gegoten koper boogoog of staafkort (ca1675-1800)
Bij nikkeltin en loodtin
meegegoten lusoog
sporadisch een draadoog
Ontwikkeling
- Veel meer platte knopen en schoteltjes en kommetjes, die steeds groter worden
- Decoratie wordt steeds vaker in de mal meegegoten
- Een deel van de knopen worden steeds luxer waarbij versieringstechnieken worden gecombineerd (zie sierknopen)
3. Meegoten ogen
Technische reconstructie bij koper-legering knopen
Het proces ziet er waarschijnlijk zo uit:
Tweedelige mal, perfect passend
Deelnaad exact op de rand van de knop
Oog (staafje of oogje) meegegoten via kernvorm in de mal
Na afkoeling:
gietkanaal verwijderen
rand rondom circulair vijlen/draaien
gaatje boren in staafje of boogje
polijsten
Resultaat: een knop die lijkt alsof hij uit één stuk zonder mal komt
4. Draaibanktechnieken
Gebruik van draaibanken
Na het gieten werden messing en tombak vaak verder bewerkt op een draaibank:
- oppervlakken werden afgedraaid
- knopen kregen een zeer regelmatige vorm en rand
- concentrische structuren kunnen zichtbaar zijn
Dit verklaart waarom sommige knopen zeer strak ogen. Oudere knopen die niet zijn bewerkt op een draaibank zien er vaak wat onregelmatiger uit.
Rose engine (ornamentdraaibank)
Een belangrijke verfijning is het gebruik van de rose engine:
Techniek:
- een speciale draaibank waarbij het werkstuk een oscillerende beweging maakt
- gecombineerd met een snijgereedschap
Resultaat:
- zeer regelmatige, geometrische patronen
- rozetten, golven, stervormen
Herkenning:
- extreem symmetrische patronen
- vloeiende, mechanisch herhaalde lijnen
- geen vervorming van het metaal
Dit is geen stempelen, maar een vorm van mechanisch graveren.
Combinatie van technieken bij tombak
De legering tombak vormt een belangrijke categorie binnen 18e-eeuwse knopen. Vrijwel altijd hebben knopen van dit materiaal een zilverkleurig uiterlijk (white tombac). Tombak was door de onbuigbaarheid zeer breekbaar en alleen te bewerken d.m.v. een draaibank en/of rose engine en/of handmatig graveren.
Typisch voor 18e-eeuwse tombak knopen:
- gegoten basis (zilverkleurig)
- afgedraaid op draaibank
- vaak gedecoreerd met rose engine
- soms afgewerkt met handgravure of ciseleren
- nooit gehamerde sjablonen want dan konden ze breken
- door de breekbaarheid zijn er vaak kleine stukjes vanaf
- zijn niet te solderen en hebben andere oog-bevestigingen
Dit maakt tombak knopen technisch zeer herkenbaar.
Meer over tombak knopen: Tombak
4. Plaatknopen en constructie
Basisopbouw
- Gestanst uit een koper(legering) gewalste plaat
- Plat of diepgetrokken in o.a. koepelvorm (kommetjes van plaatmateriaal)
- Gesoldeerd oog
5. Dun plaatmateriaal en oplossingen
Door dunner materiaal is er grotere kans op vervorming.
Oplossingen:
- bolle(re) vorm (dieptrekken)
- gleuven
- omgebogen of omgevouwen rand (volledig platte knoop)
- samengestelde constructies (zie gevulde knopen)
6. Stempelen: van voren en van achteren
Twee methoden
Van voren:
- directe indruk
- negatief zichtbaar op achterzijde
Tijdens het stempelen werden knoopkapje opgevuld met lood puur als ondersteuning. Dit lood werd weer verwijderd en bleef niet in de knoop aanwezig.
Van achteren:
- reliëf naar voren gedrukt (gestempeld)
- dit werd mogelijk door dun plaatmateriaal
Deze methode werd o.a. gebruikt voor platte zilveren stempelknopen. Om de knoop toch wat stevigheid te geven werd er op de achterzijde een zeer dun zilver plaatje gezet waar waarschijnlijk de zilvermerkjes al op stonden en het oogje al in was gezet. Het lijkt erop dat als laatste vervolgens vaak een omgevouwen (kabel)rand gemaakt werd waardoor het achterste plaatje onzichtbaar werd bevestigd.
7. Gevulde knopen
Door kwetsbare kapjes ontstonden:
Samengestelde knopen
- dun kapje
- vulling (hout, bot, hars)
- achterplaat
Functie:
- versteviging
- behoud van vorm
zoals de tweedelige knopen met convex basis van bot, hout of metalen schijfje (ca 1720-1840)
8. Detail- en oppervlakte-bewerking
Graveren
- snijdend, geen vervorming
Ciseleren
- handmatig verfijnen met kleine beiteltjes (link)
Ponsen en kleine sjabloontjes/stempels (sjabloon)
- decoratie opgebouwd uit kleine sjabloontjes c.q. stempeltjes (sjabloonkopen)
Drijven (gedreven)
De gehele knoop wordt in een bepaalde vorm gedreven
9. Oogconstructie
Meegegoten oog
→ gegoten knoop
Gesoldeerd oog
→ op zowel gegoten als op knopen uit plaatmateriaal
10. De achterkant als sleutel
| Kenmerk | Interpretatie |
|---|---|
| Massief, geen vervorming | Gegoten |
| Negatief beeld | Gestempeld |
| Hol en dun | Plaat |
| Gesoldeerd oog | Plaat en gegoten |
| Vulling aanwezig | Samengesteld |
11. Samenvatting van de periode 1675–1800
- Gieten blijft dominant
- Plaatknopen nemen toe
- Tombak speelt belangrijke rol
- Draaibank en rose engine zorgen voor verfijning
- Stempelen gebeurt op meerdere manieren
- Dunne constructies leiden tot nieuwe oplossingen
Conclusie
De periode 1675–1800 is technisch rijk en veelzijdig. Knopen zijn het resultaat van:
- giettechniek
- plaatbewerking
- mechanische afwerking (draaibank, rose engine)
- handmatige verfijning
Juist de combinatie van deze technieken maakt determinatie uitdagend, maar ook betrouwbaar wanneer goed gekeken wordt naar:
- massa en constructie
- oogtype
- achterzijde
- bewerkingssporen
Literatuur en verwijzingen
- Baart, J. e.a. – Opgravingen in Amsterdam
- Hinks, S. (1988) – A Structural and Functional Analysis of Eighteenth Century Buttons
- Metaaldetecteren.nl – determinatie en vondstmateriaal
- Eigen vergelijkend onderzoek naar 18e-eeuwse knopen
Zie ook knopen onderzocht waar oude halfvergane knopen toch een hoop informatie geven.
Dag Eus,
Dankjewel voor je reactie! Jouw oude knopen collectie is één van mijn inspiratiebronnen geweest om de knopen productie vanaf het einde van de middeleeuwen t/m ca 1800 een goed te bestuderen. Ik ben nu zelfs bezig met een boek hierover. T.z.t. schrijf ik hier natuurlijk ook wel weer een artikel over. In de tussenliggende tijd zal ik mijn bevindingen steeds stapsgewijs publiceren.
Groetjes, Mark
Voor degene die geïnteresseerd zijn in de collectie van Eus, zie: https://www.metaaldetecteren.nl/2022/06/10/detectorist-eugene-swarts/
Je hebt flink je best gedaan Mark, het vinden van de eerste oude knoop zegt niet zo veel maar dan volgen er meer en je gaat ze steeds meer waarderen tot ze op een palet gestoken in de vitrine belanden. Ik heb zelf ook metalen knopen gedragen bij de zeevaartschool, bij Hare Majesteit (Cavalerie) en mijn eerste werkgever (van Gend en Loos) . Ik heb op de stort van Den Bosch 1990- 2005 ook benen knopen gevonden die in deze stad werden vervaardigd. Omdat ik veel Bossche vondsten had gedaan heb ik het boek “Putten uit het Bossche verleden” aangeschaft en daar staat een uitgebreide beschrijving over de productie van benen kralen en “soldaten” knopen. Mooi om zo de “Knopen evolutie” in beeld te krijgen.
Eus.