sluitgewicht

Sluitgewichten (pijlgewicht/apothekersgewicht) zijn PAN type 24-16

Een sluitgewicht heeft een “huis” met een scharnierende deksel waar kommetjes van een bepaald gewicht in passen. Het kleinste gewichtje heet “sluitstuk” en is geen kommetje.

In de Romeinse tijd waren sluitgewichten al in gebruik. In Nederland worden Romeinse sluitgewichten zelden gevonden.

Sluitgewichten voormetriek, vanaf circa 1250 tot 1820
Rond 1250 verscheen deze gewichtsvorm opnieuw en ontwikkelde zij zich qua vorm en massa verder. Vanaf omstreeks 1500 bleef de vorm nagenoeg gelijk. De gangbare massa’s van voormetrieke sluitgewichten zijn: 16, 8, 4, 2, 1, ½ en ¼ pond. Er zijn ook kleinere en grotere exemplaren bekend, maar die komen sporadisch voor. De grotere sluitgewichten, vanaf 2 pond, zijn vaak voorzien van een hengsel. De huizen van de grotere voormetrieke sluitgewichten zijn meestal uitbundig versierd.

Sluitgewichten 1820-1870
Met de invoering van het metrieke stelsel in 1820 voerde Nederland een nieuw type sluitgewicht in dat geënt was op een in Frankrijk gangbaar nagenoeg onversierd model. De sluitgewichten voor gewone en fijne weging werden in de periode 1820-1870 vervaardigd met een massa van 1 Ned. pond, 5 Ned. once, 2 Ned. once en 1 Ned. once.

 

Opmerking: sluitgewicht-deksels kunnen soms lijken op ronde zegeldoos-deksels (PAN type 25-01).