Bij het onderzoek naar de oudste douaneloodjes en accijnsloodjes kom je hoe dan ook terecht in de roerige tijd aan het begin van het koninkrijk. Deze breekt aan in 1795 wanneer door Franse invloeden de Bataafse republiek wordt uitgeroepen. In de periode daarvoor was douane vooral een maritieme aangelegenheid die door de zelfstandige gewesten binnen de Republiek der zeven Nederlanden werd geregeld door de dienst Convooien & Licenten. Deze dienst bestond al in de 14de eeuw. De opbrengsten kwamen vooral ten goede aan de marine (admiraliteit). Vanaf 1795 ging men meer centraal accijnzen en in- en uitvoer-rechten heffen. Regels werden opgesteld voor het hele land en verzegeling gebeurde voortaan ook met meer universele verzegelloodjes waarop een verwijzing stond naar de republiek en later het rijk.
Voor onderzoek en determinatie kan het belangrijk zijn om te weten welke afdelingen en personen (actoren) er waren die belast waren met deze heffingen. Soms staan er op de loodjes namelijk verwijzingen naar desbetreffende “actoren”. Zo staat op vroege douaneloodjes de tekst “IN en UITGAANDE REGTEN EN ACCYNSEN”, de naam van de verantwoordelijke dienst. Hierdoor kun je een bepaalde periode en/of jaartal aan een loodje toeschrijven. Soms worden er ook afkortingen gebruikt. Bekende afkortingen zijn:
C.L. en K.L. voor Convooien en Licenten en Konvooien en Licenten
B.R. voor Bataafse Republiek
R&A voor Rechten en Accijnzen
Naast tekstuele verwijzingen staan er op loodjes ook vaak afbeeldingen die wat houvast kunnen bieden.
Het Rijkswapen dat vanaf 1815 werd gebruikt
De Generaliteitsleeuw door de republiek voor 1795 en wederom door de Bataafse Republiek vanaf 1797 t/m 1806
Een dubbele anker door de admiraliteit en de afdeling convooien en licenten
Actorenregister
Hieronder is het overzicht van de diverse staatsvormen in combinatie met instanties en personen (actoren) die belast waren met het innen van diverse heffingen.
Franse periode (1795-1813) – Bataafse Republiek (1795-1806) – Koningrijk Holland (1806-1810)
In 1795 werden de admiraliteiten opgeheven en werd er voor de gehele zeemacht een Comité tot de zaken voor de Marine opgericht. Uit de mensen van de voormalige Admiraliteitscolleges werden commissarissen van het Comité tot de Zaken van de Marine aangesteld. De oude Admiraliteitscolleges kregen de naam van departementen; ze waren gevestigd te Amsterdam, Rotterdam, Vlissingen, Hoorn en Harlingen.
In 1806 wordt de nationale belastingdienst opgericht. In het algemeen stelsel van 1806 werd er bepaald dat accijns werd geheven op zout, zeep, gemaal, geslacht vee, turf, gedestilleerde dranken, wijn en sommige buitenlandse producten zoals steenkool, brandhout, tabak, chocolade en fruit. In 1809, wordt door Lodewijk Napoleon de Dienst van de Convooien en Licenten geplaatst onder een zelfstandige Directeur-generaal der Douane. Het is dan voor het eerst dat de term “douane” opduikt.
| naam | vanaf | tot | taken |
| Comité tot de Zaken van de Marine | 1795 | ||
| 1a. Commissaris van het Departement der Convooien en Licenten te Amsterdam | 1795 | 1811 | |
| 1b. Commissaris van het Departement der Convooien en Licenten te Hoorn | 1798 | 1805 |
Eerste Franse Keizerrijk op het gebied van Nederland en België (1810-1813)
Omdat in 1810 de Franse keizer ontevreden is over de controle en de opbrengsten nemen 20.000 Franse douaniers het werk van de Nederlandse ambtenaren over; alle koloniale goederen worden dan ineens met een heffing van 50% belast. In 1812 wordt het Franse belastingstelsel geldend voor ons land: het is veel strenger en kent zeer hoge belastingen.
Soeverein vorstendom der Verenigde Nederlanden (alleen de Noordelijke Nederlanden 21 november 1813 – 16 maart 1815)
Verenigd Koninkrijk der Nederlanden (Koninkrijk der Nederlanden en Royaume des Belgiques 1815-1830)
| naam | opgericht | tot | taken |
| 2. Afdeling Convooien en Licenten | 1814 | 1815-02-22 | |
| 3. Generale Directie van de Indirecte Belastingen en van de Convooien en Licenten | 1815-02-23 | 1815-12-31 | accijnzen op zout, zeep, wijnen, brandewijn, gedestilleerd bier, azijnen, turf, steenkool, binnenlands lastgeld, waag en rondemaat; in-, uit- en doorvoerrechten en de watertollen |
| 4a. Generale Directie Convooien en Licenten | 1816-1-1 | 1818-2-28 | |
| 4b. Generale Directie Indirecte Belastingen | 1816-1-1 | 1818-2-28 | |
| 5. Generale Directie van de In –en Uitgaande Rechten en Accijnzen | 1818-3-1 | 1818-7-31 | |
| 6. Generale Directie van de In –en Uitgaande Rechten en Indirecte belastingen | 1818-8-1 | 1820-12-31 | zelfde afdeling andere naam |
| 7. Generale Directie van de Ontvangsten | 1821-1-1 | 1824-3-31 | directie belastingen, in –en uitgaande rechten en accijnzen, registratie, domeinen, loterijen en posterijen. |
| 8. Departement van Ontvangsten | 1824-4-1 | 1830-12-31 | Het Departement van Ontvangsten had taken omtrent de directie belastingen, in –en uitgaande rechten en accijnzen, contentieuze zaken, borgtochten, registratie, domeinen, loterijen, posterijen en middelen van vervoer |
Koninkrijk der Nederlanden (1830 België onafhankelijk)
| naam | opgericht | tot | taken |
| 9. Ministerie van Financiën | 1831 | 1940 | |
| 9a. Administratie van de Directe Belastingen, in –en uitvoerrechten en accijnzen (Financiën) | 1831 | 1878 | Bij de Administratie berustte de uitvoering van wetten en instructies betreffende de directe belastingen, de rechten verschuldigd bij in- en uitvoer en de accijnsheffing. Men voerde het bestuur over de diensten, die belast waren met de inning van deze belastingen. In 1878 werden de uitgaande rechten afgeschaft. |
Referentie
Loodjes uit onze Hollandse Periode
Van tollenaar tot poortwachter – Geschiedenis van de douane, de oudste rijksdienst van Nederland (Tom Pfeil)
Actorenregister van het nationaal archief









Prachtig uitzoekwerk en weer een aanvulling die veel info geeft.
Dankjewel 🙂