Tips metaaldetector zoeken

Detectoristen heb je in alle soorten en maten. De één vindt het heerlijk om alleen op pad te gaan en de rust te ervaren van de natuur terwijl een ander helemaal blij wordt van een drukke zoekdag. Ook wat detectoristen zoeken verschilt. Zo zijn er mensen die specifiek op zoek gaan naar militaria, zilver en goud, oudheden en euromunten. Voor sommige gaat het alleen om het zoeken terwijl het bij anderen juist om de zoektocht in het verleden gaat. Heb je mazzel, dan woon je in een gebied waar je binnen 5 minuutjes op een landje staat en heb je minder fortuin dan zal je de auto moeten pakken voor een goede zoekplek.

Ik ben zelf een detectorist die het prettig vindt om alleen op pad te gaan. Dat betekent overigens niet, dat ik de hele tijd alleen loop. Regelmatig kom ik mensen tegen die met de wel bekende vraag "En heb je alwat gevonden?" komen en ik ben dan niet rouwig om wat mijn vondsten te laten zien. Meestal weet ik ook wel wat te vertellen over de geschiedenis van een gebied en zo sta je al snel een tijdje te kletsen. Ook bij de lokale agrariërs bij wie ik op het land mag lopen, spreek ik vaak wat langer. Meestal zijn ze erg geïnteresseerd en ik geef ze ook de dubbele munten die ik vind of al het koper-afval wat ik op hun land bij elkaar heb gesprokkeld.

Maar goed.... ik ben vooral ook geïnteresseerd in de lokale geschiedenis. Door de vondsten die ik doe gaat die ook erg leven.

Mijn metaaldetector tips (nog in wording) zullen dan ook vooral gaan over mijn manier van zoeken.

Tip 1: Analyseer de bodem

Waar ik ook ga zoeken, ik kijk altijd naar de bodem. Is het een groot stuk onbekend land, dan loop ik er als eerste een keer helemaal overheen, van voor naar achter, van links naar rechts en diagonaal. Natuurlijk is het verstandig om van te voren ook te onderzoeken of er oude wegen, gebouwen of andere bijzonderheden op het land zijn geweest (zie tip 2). Ook die spots moet je natuurlijk even bekijken. Waar ik altijd op let zijn scherven en andere opvallende dingen aan de oppervlakte. Zo kun je ook  nog wel eens een leuke oogstvondst vinden (zie hier mijn verzameling). Daar waar je oude potscherven vindt kunnen ook andere vondsten liggen. Ook kan via zo'n scan van het terrein, duidelijk worden waar je beter niet kunt lopen. Er kunnen plekken zijn waar werkelijk niks ligt. Bij mij in de omgeving zijn dat bijvoorbeeld sommige polder akkers die ver van bebouwing zijn en ook niet al te lang zijn ingepolderd. Natuurlijk kun je ook daar geluk hebben, maar de kans dat je wat vindt is gewoonweg wat kleiner. Waar ik ook meestal van weg blijf zijn de randen van akkers die vlak langs drukke wegen liggen. Helaas worden er namelijk heel veel blikjes e.d. in de berm gegooid waardoor de bodem vaak zeer vervuild is met aluminium.

Tip 2: Analyseer oude kaarten

Mijn favoriete website is nog altijd Topotijdreis (zie metaaldetecteren kaarten) omdat je hiermee eerst de locatie kunt opzoeken op een moderne kaart waarna je vervolgens met een schuifje oude kaarten er overheen kan leggen. Waar je goed op moet letten zijn natuurlijk verdwenen gebouwen en wegen. Dat zijn natuurlijk plekken die de moeite waard zijn op bezocht te worden. Ook een hoogtekaart kan soms verrassende dingen opleveren. Zeker op laag gelegen land kunnen (niet meer zichtbare) heuvels spots zijn waar leuke dingen te vinden zijn. Heuvels waren vroeger de droge plekken tijdens overstromingen of werden als uitkijkpunt gebruikt.

Tip 3: Systematisch zoeken op akkers

Sommige mensen dwarrelen over de landen. Ik zoek zelf wat meer systematisch. Je moet vissen waar de vissen zijn. Ik begin dus met een bodemscan en heb ik een spot gevonden dan loop ik daar systematisch in banen overheen. Hierbij maak ik vaak ook gebruik van mijn spade. Die sleept namelijk over de grond, zodat ik  kan zien waar ik ben geweest. Dat werkt natuurlijk niet bij grasland 🙂 Ook tel ik, wanneer de vondsten wat afnemen, regelmatig mijn zwaaibewegingen en vondsten om er voor te zorgen dat ik op de juiste spot ben, blijf of kom. Dat klinkt wellicht gek, maar is wel een effectieve manier van zoeken. Vind ik genoeg, dan loop ik strakke banen. Neem het af, dan tel ik dus hoeveel ik heb moeten zwaaien voor een goede vondst (een munt of iets ouds). Blijft dat binnen de 200 bewegingen dan is dat prima. Worden het echter meer bewegingen dan pak ik meer ruimte tussen de banen. Zo ga je dus sneller door het gebied heen. 200 is overigens iets wat ik zelf proefondervindelijk heb uitgevonden. Daar zit kennelijk mijn frustratiepunt haha. Een ander onderdeel van mijn systematiek is het opnemen van mijn looptracks. Hiervoor gebruik ik de app OSMAND. Hierin zit een functie waarmee je het gewandelde spoor kunt opnemen. Dat kan heel handig zijn omdat je op die manier kunt zien waar je wel en niet bent geweest. Loop je tijdens het zoeken ook nog eens in een cirkelbeweging rondom een mooie vondst, dan krijg je door de track functie in OSMAND uiteindelijk een kaartje waarbij je kunt zien waar je de meeste objecten hebt gevonden. Dat kan heel erg informatief zijn. Op die manier vind ik wel vaker paden terug die op geen enkele kaart beschreven staan.

Tip 4: Verander de instellingen van de metaaldetector

Verreweg de meeste metaaldetectors hebben allerlei instellingen m.b.t. gevoeligheid en discriminatie. Meestal kun je ook kiezen uit een aantal voorgeprogrammeerde instellingen. Zo zit er bij mij op de metaaldetector een mode Coin, Coin/Jewellery, Relic en All Metal. Voorheen had ik altijd de neiging om met de mode "All Metal" te gaan detecteren omdat ik dacht dat ik anders wellicht belangrijke signalen zou missen. De programmatuur van de verschillende modes is echter zo snel, dat tussen alle bliepjes door  vaak toch ook signalen worden opgepikt die ik zelf mis! Ik heb mijzelf dus aangeleerd om op iedere waardevolle akker of andere locatie, met de verschillende modes te onderzoeken. Wanneer er weinig tijd is, dan pak ik meestal een programma waarmee toch al wat basis "troep" wordt weg gefilterd of zet ik de discriminatie wat hoger. Sommige akkers, of plekken op akkers (bij bekabeling of schrikdraad) laten de detector bliepen als een kermis. Daar zet ik de gevoeligheid wat naar beneden.

Tip 5: Pas op je rug!

In het begin liep ik met een lichtgewicht metaaldetector van ongeveer een kilo. Dat was voor mijn rug prima te doen. De volgende metaaldetector die ik kocht was al een stuk zwaarder en met een grotere zoekspoel ging ik ruim over de twee kilo heen. Dit begon ik echt te merken in mijn rug. In het begin wilde ik dit nog niet zo aan mezelf toegeven waardoor ik ongemerkt steeds vaker mijn rug teveel belaste. Dit probleem heb ik opgelost door te lopen met een harnas. Dit is de perfecte ondersteuning tijdens het zoeken.

 

Determinatie

Het determineren van objecten is niet alleen belangrijk omdat sommige vondsten gemeld moeten worden maar kan ook helpen bij een mogelijk vervolg van je zoektocht in en om dezelfde omgeving. Meer hierover kun je lezen bij Werkwijze determinatie

Linkjes naar diverse websites met online kaarten die handig zijn wanneer je gaat metaaldetecteren.