Wambuis, Tudor periode en Tudorknoopje

Vijf messing ronde knopen, aaneen verbonden (halffabricaat)

In de bronstijd kwamen al sporadisch knopen voor. Vanaf ca 1400 werden er steeds meer gemaakt. Die eerste knopen hadden allerlei vormen en waren vooral een uiting van rijkdom. Niet altijd waren ze erg functioneel. Zo bestonden er bijvoorbeeld gouden en zilveren balvormige knopen opgebouwd met filigraan en holle knopen in de vorm van eikels die voor de sier aan kleding werden gehangen. 

Eind 16de eeuw begon de knoop in de Nederlanden echt in de mode te komen en kwam er een grotere productie op gang. Het model werd wat meer gestandaardiseerd. Vaak waren ze qua afmeting klein tot ca 15mm en qua vorm leken ze op koepeltjes (Eng:dome), kwart- tot half-bol met een lichtjes oplopende onderkant.

Wambuis Hugo de Groot 1575-1621 met zichtbaar een bevestigingstouw (Museum Rotterdam)

In het begin waren de oogjes vaak lang en werden ze meegegoten (staafoogjes en lusoogjes). Knopen werden namelijk met een touw aan gaatjes in de kleding geregen en de extra lengte was nodig om hiervoor ruimte te maken. Wanneer kleding werd gewassen, trok men het touw los en haalde men de knopen er vanaf! Later vanaf het begin van de 17de eeuw werden knopen wat vaker vast op de kleding gezet en werden de oogjes kleiner.

Deze koepelvormige knopen (koepelknoop) werden vaak bevestigd op een wambuis, een gewatteerd vest. Vooral door de rijkdom in de 17de eeuw, de gouden eeuw, wilde men rijkdom nog wel eens etaleren door wambuizen te versieren met soms wel twintig tot veertig knopen. Vandaar dat er ook zoveel van deze koepelknopen worden gevonden, in de volksmond wambuisknopen genoemd. In populaire Engelstalige boeken zoals Buttons & Fasteners 500 BC-AD 1840 worden deze steevast “Tudor buttons” genoemd. Dat is echter geen juiste benaming.

Metalen die werden gebruikt

Deze koepelknoopjes werden van verschillende metalen en legeringen gemaakt. De meest voorkomende zijn volgens Baart, de messing varianten. Deze komen vaak bruin uit de bodem. Soms zijn ze rood omdat door zuren het tin uit de messing is verdwenen. Lood-tinnen of gewoonweg loodtin (Read pag xxiv) varianten zijn qua aantal de volgende groep. Deze komen meestal donker grijs tot wit uit de grond. De nikkel-tinnen variant als laatste is vaak opvallend zilverkleurig. Naast messing, tin en nikkel komen ook sporadisch bronzen knopen voor. Hoewel brons vanwege zijn hardheid en duurzaamheid geschikt lijkt voor knopen, werd het in de praktijk zelden toegepast. Messing had ten opzichte van brons duidelijke voordelen: het was goedkoper (door de ruimere beschikbaarheid van zink), had een lager smeltpunt (**±900–950 °C**) en liet zich beter verwerken via persen, draaien of gieten. Brons, met een hoger smeltpunt (**±1000 °C**) en grotere brosheid, was hiervoor minder geschikt.  

Meer over deze metalen en hun uiterlijk kun je hier lezen:

Tin, zink, lood, pewter, nikkel, zilver

Messing (en tombak)

Tudorroosjes?

Het tudorroosje is de traditionele eenvoudige bloem in het wapenschild van Engelse en Britse koningen. Deze ontleent zijn naam en oorsprong aan het House of Tudor , dat het House of Lancaster en het House of York verenigde in 1486. Daarom wordt deze ook wel Union rose genoemd. De Tudor dynastie bestond in de periode 1486-1603. Een Tudor-roos bestaat uit vijf witte binnenste bloembladen, die het Huis van York vertegenwoordigen, en vijf rode buitenste bloembladen die het Huis van Lancaster vertegenwoordigen. Nog steeds staan er van deze eenvoudige roosjes als verwijzing in vele wapenschilden uit het Verenigd Koninkrijk. Er is ook een periode geweest dat de Britse marine platte knopen gaat dragen met hierop dit roosje.

Nu even terug naar Nederland en België. Dit soort roosjes werden op zich altijd al gebruikt in onze plaatselijke heraldiek (wapenkunde). Het zijn dus eigenlijk heraldische roosjes ook wel volksroosjes genoemd en geen tudorroosjes. De naam tudorroosje is een anachronistische volksnaam in Nederland, vooral onder detectorvinders. In de 17de eeuw werden er in de Nederlanden veel knoopjes gemaakt met hierop roosjes. De meest eenvoudige maar wel minder voorkomende lijken veel op de tudorroosjes maar dit zijn dus eigenlijk heraldische roosjes. Veel populairder waren echter de meer extravagante  “roosjes” en zo werden ze destijds ook genoemd, namelijk roosjensknopen.

De archeoloog Baart schrijft hierover in het boek “opgravingen in Amsterdam“: Van enige typen knopen is het zelfs mogelijk aan de hand van de boedelinventaris van de knoophandelaar Jan Jansz. Schennickman de naam te identificeren. Het zijn de ‘roosjens’, varianten op de tudorroos. Met zes exemplaren is de meest gedetailleerde roos het rijkst vertegenwoordigd. Ook de gerenommeerde archeoloog Baart trek dus de vergelijking met de tudorroos en het is dus niet vreemd dat men dit in de volksmond zo is gaan gebruiken.

roosjesknoop

heraldische roos

In de Nederlanden was het dus vooral in de 17de eeuw in de mode om roosjes op o.a. knopen af te beelden. Je kunt er echter vanuit gaan dat het zeker niet de bedoeling wat om hiermee te verwijzen naar de Tudor dynastie. De Nederlanden hebben immers in deze Gouden eeuw veel oorlog met Engeland gevoerd. Waarom er dan toch roosjes werden afgebeeld heeft een andere reden. De roos werd vaak geassocieerd met liefde, schoonheid en vergankelijkheid, thema’s die in de 17e eeuw veel aandacht kregen, zowel in kunst als in persoonlijke decoraties. In religieuze contexten stond de roos symbool voor de maagd Maria en zuiverheid, wat ook kan hebben bijgedragen aan haar populariteit.

 

 

 

 

 

 

PAN over deze kwart-half-bolle knoopjes

In het begin hebben deze knoopjes vaak nog een staafoog maar steeds vaker wordt een oogje mee gegoten of erop gesoldeerd. Dit noemt men een lusvormig stift.  

Bij het PAN zijn deze terug te vinden:

staafoog 06 MASSIEVE CONVEXE KOP EN VLAKKE BASIS, INTEGRALE RELATIEF LANGE STAAFVORMIGE STIFT, 08-01-02-01 (1475-1600)

lusvormig 03 MASSIEVE CONVEXE KOP EN VLAKKE BASIS, LUSVORMIGE STIFT, VERSIERD, 08-01-01-03 (1500-1850)

draadoog 11 MASSIEVE KOP MET VLAKKE BASIS EN SEPARATE DRAADVORMIGE STIFT, 08-01-03-02 (1600-1850)

staafoog halfbol

lusoog halfbol

draadoog halfbol

Datering 

Over de datering van veel knopen valt te twisten. Er bestaan bijvoorbeeld knopen met draadoogjes die ten tijde van de staafogen zijn gebruikt. In een verzameling van Kerkvliet staan knopen met draadoog van het verdronken land van Zuid-Beveland in de provincie Zeeland. De dorpen die daar lagen zoals o.a. Nieuwlande, zijn bij een watersnoodramp in 1532 weggevaagd en nooit meer herbouwd, zodat men in alle redelijkheid kan aannemen dat alle daar gevonden knopen van vóór 1530 dateren.

draadoog overig

Referentie: Metal Buttons 900 BC – 1700 AD (Brian Read)

referentie: C. Kerkvliet 1990: Knopen. Kleine kunstwerkjes. Deel 1, The Coinhunter Magazine 34, 8-11

referentie: Baart: Opgravingen in Amsterdam – Twintig jaar stadskernonderzoek (baart1977)

referentie museum Rotterdam

6 thoughts on “Wambuis, Tudor periode en Tudorknoopje

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *