Er is vaak verwarring als het gaat om de bandeliersluiting, koppelsluiting en gordelsluiting. Hier een aantal synoniemen van het woord bandelier die deze verwarring verklaart: Brede draagriem 2) Brede draagriem over schouder en borst 3) Degenhanger 4) Draagband 5) Draagriem 6) Geweerriem 7) Karabijnriem 8) Koppel 9) Riem 10) Schouderband 11) Schouderdraagriem 12) Schouderriem 13) Wapenriem
De bandelier is dus een brede of smalle riem of riemtuig die voornamelijk over schouder en borst werd gedragen in verschillende tijden. Vaak werden er wapens aan gehangen zoals geweren en degens. Ook het woord koppel staat tussen de synoniemen wat vaak gezien wordt als een riem om het middel om een wapen aan te dragen.
Om het allemaal nog makkelijker te maken gebruikt het PAN de verzamelnaam gordelsluiting voor alle objecten die te maken hebben met het bevestigen van leren riemen, dus ook voor de koppelsluiting en bandeliersluiting.

Om een riem te kunnen verstellen zaten er soms gespen op voornamelijk zonder angel. Deze worden meestal riemgesp genoemd. Vooral de brede gespen zijn opvallend.

Riemen werden dus gesloten met een gordelsluiting. Deze bestaat uit twee of meer delen. Vaak een onderdeel in het midden met 1 of meerdere oogjes (= riemverdeler/middenstuk) plus de haakjes van een gordelhaak die daar in konden haken. Het PAN noemt de riemverdeler het middenstuk.
Aan losse riemen zat ter voorkoming van het rafelen van het leer/stof vaak een riemtong. Een riemtong maakte het makkelijk om een riem door een lus of gesp heen te halen. Als laatste noem ik de koppelpassant. Dit is een soort gesp waar de riem/koppel/bandelier doorheen gedaan werd, versteld kon worden en met een extra oogje waar een wapen aan gehangen kon worden.



Bandeliersluiting volgens het militair woordenboek 1861-1862
In de digitale bibliotheek der Nederlandse letteren is het militair woordenboek uit 1861-1862 terug te vinden die specifiek gaat over alle militaire begrippen zo ook de bandelier. Het mooie hiervan is dat in die tijd de bandelier nog gedragen werd en de definitie dus het meest kloppend is.

Bandelier.
(bandoulière). De riem waaraan de patroontasch bevestigd is, ingeval hij namelijk over den schouder gedragen wordt; om het lijf gedragen heet hij daarentegen: gordel, draagband (ceinturon). Vóór de invoering der patroontasschen droegen de muskettiers op het einde der 16e en bij het begin der 17e eeuw, 12 houten of metalen kruidmaatjes, met leder overtrokken, aan den B.; in elf daarvan was eene afgemeten kruidlading voor een schot, terwijl in het twaalfde maatje het pankruid bevat was. De kogels werden afzonderlijk in eenen kogelzak gedragen. De haakbusschutters hadden geene kruidmaatjes en geen B., maar namen het buskruid voor de lading, onafgemeten in een' kruidhoorn mede.
Hiermee wordt bevestigd dat de bandelier om de schouder hing en de gordel om het middel. Wat ook duidelijk hiermee wordt, is dat de bandeliersriem en gordelriem hetzelfde object kunnen zijn maar van naam veranderen wanneer ze op een andere manier gedragen worden. Wat ook duidelijk wordt is dat sommige riemen, bijvoorbeeld die voor de kruidmaatjes niet anders dan om de schouders gedragen konden worden en dus 100% bandelier zijn.

Ik heb voor dit artikel gebruik gemaakt van de mooie collecties van het Rijksmuseum en Museum Rotterdam. Beide musea zijn echte aanraders als het gaat om onderzoek m.b.t. determinatie. Door op desbetreffend plaatje te klikken kom je terecht op het oorspronkelijke object.
In het Rijksmuseum heb ik ook een persoonlijke collage, een Rijksstudio met de naam Metaaldetecteren, waarin ik objecten verzamel die handig kunnen zijn bij determinatie.



Duidelijke taal Mark, ik ga mijn kist gespen enz. eens aan een inspectie onderwerpen, daar zit zeker nog wel iets interessants bij.