plat met losse stift – koperlegering (1600-1950)

PAN type 08-01-03-04

Knoop met een massief gegoten platte kop (vaak de dikte van ongeveer een munt) met op de achterzijde een los oog gemonteerd. Deze knopen hebben geen backmark.

De kop is dus gegoten van een koperlegering en hierdoor sterker en vaak iets dunner dan de de tin-legering variant.

In de periode 1775-1815 zijn ook hele chique knopen en extra grote platte knopen in de mode tijdens de dandy-periode. Deze waren overigens dikker dan de hiervoor genoemde knopen.

In de 18de eeuw wordt ook het stansen van koper geperfectioneerd waardoor ook uit dunne koper(legering) varianten op de markt komen. Deze knopen zijn dun en niet al te stevig. Soms heeft men de stevigheid proberen te verhogen door de rand om te buigen. Dit soort knopen hebben een aparte categorie en  krijgen voorlopig een datering 1740-1800 omdat rond 1800 stevige knopen verschijnen.

Vanaf 1797 gaan veel fabrikanten kwaliteitsaanduidingen op platte knopen zetten m.b.t. de vergulding of verzilvering (zie gilt en plated). Ook beginnen fabrikanten vanaf dat moment hun naam op de knopen te zetten. Er bestaan echter ook knopen zonder opschrift.

Rond 1820 is de techniek van het tweedelig stansen van knopen uitgevonden. Dit wordt echter pas massaal gebruikt vanaf ca 1850.