samengesteld – gesoldeerd

Koper (ca 1675-1750)

Holle knopen van koper plaatmateriaal werden al vanaf de 16de eeuw gemaakt. Men was toen al in staat om koper handmatig te walsen tot platen. Dit was echter een kostbaar tijdrovend werk. Aangezien kleine knopen in de mode waren was er niet veel noodzaak om plaatmateriaal te gebruiken en deed men dit ook nauwelijks.

bodemplaat met ontluchtingsgaten

Bij de oudste knopen van plaatmateriaal werden de knoopdelen met de hand in vormen gebeiteld en aan elkaar gesoldeerd. In de bodemplaten maakte men ontluchtingsgaten (blowholes) zodat de hete lucht die bij het solderen ontstond kon ontsnappen. Soms zat e.d. ontluchtingsgat verborgen bij de aansluiting van het oog in de bodemplaat.

Aan het eind van de 17de eeuw verandert het modebeeld en worden knopen groter. Vanaf dat moment is het economisch gezien ook rendabeler om plaatmateriaal voor knopen te gebruiken. Inmiddels waren er ook kopermolens op waterkracht.

Een andere ontwikkeling die invloed had op het gebruik van deze knopen was dat vanaf ca 1720 men in staat was om metalen kapjes om een basis van hout of been heen te vouwen (zie Tweedelig (licht) convex met basis van bot, hout of metalen schijfje (ca 1720-1840)). In het begin werden deze kapjes gegoten. Vanaf ca 1750 kwam messing in de mode en kon men steeds dunnere platen walsen, nu ook d.m.v. stoommachines.
Meer over de verschillende constructies van dit soort knopen is te vinden in Hinks1988 (pag 55)

Zilver (ca 1600-1750)

De productie van zilver plaatmateriaal heeft een zelfde ontwikkeling gehad als die van koper. Voor zilver was het economische effect van dun plaatmateriaal echter een stuk groter. Men is dus al eerder hiermee begonnen.

Resultaat 1–40 van de 83 resultaten wordt getoond