Knopen afkomstig uit de voornamelijk Parijse mode-industrie. Deze knopen vallen op door hun sierlijke opengewerkte (ajour) decoratie en florale motieven. Ze horen bij de periode waarin Parijs een belangrijk centrum was voor modieuze kledingaccessoires.
Kenmerken van dit type knoop
Voorzijde:
- Dunne gestanste messing- of koperlegeringplaat
- Decoratie vaak opengewerkt (ajour)
- Motieven: bloemen, bladeren, ranken of sierkrullen
- Reliëf werd met stempels in de plaat gedrukt
Achterzijde
Meestal een eenvoudige achterplaat
Regelmatig gemaakt van ijzer of staal
Het oog is gesoldeerd of geklonken
De decoratieve waarde zat vooral in de voorkant. De achterkant werd eenvoudiger uitgevoerd om de productie goedkoper te houden. Soms zat er een zilverkleurig plaatje in de knoop gesoldeerd zodat licht door de gaatjes heen schitterde.
Productietechniek
In de tweede helft van de 19e eeuw maakten industriële stansmachines het mogelijk om dunne metalen platen snel te stansen, ponsen en op te werken. Hierdoor konden sierlijke knopen met veel detail relatief goedkoop in grotere aantallen worden geproduceerd.
Decoratieve stijl
De motieven sluiten aan bij de mode van het einde van de 19e eeuw:
- naturalistische bloemenmotieven
- sierlijke plantvormen
- krullende ornamenten
Rond 1895–1910 zie je vaak invloeden van de Art-Nouveaustijl, waarin vloeiende lijnen en plantenmotieven populair waren.
Na de Eerste Wereldoorlog verandert de mode en worden andere materialen en eenvoudiger knoopvormen populair.
De meest sierlijke exemplaren worden relatief zelden gevonden door metaaldetectoristen. Dit komt voornamelijk doordat dit luxe producten waren en relatief weinig werden gedragen. Detectorvondsten bestaan meestal uit eenvoudiger varianten, terwijl de rijker uitgewerkte knopen vooral bekend zijn uit museumcollecties of kleding die bewaard is gebleven.
Door de ijzeren achterplaat zijn ze bij vondst soms gedeeltelijk verroest, terwijl de decoratieve voorplaat beter bewaard blijft.
Toont alle 2 resultaten

