manchet- keel- boorde-knoop

complete manchetknoop

Manchetknopen verschenen al in de 17e eeuw maar werden pas in de 18e en 19e eeuw wijdverbreid, vooral onder de burgerij en elite. Ze werden gebruikt om de omgeslagen manchetten van het hemd dicht te houden, die zonder deze knopen los zouden hangen. Je vindt ze in allerlei materialen, van zilvertin, messing, tombak, tot soms echt zilver, al dan niet versierd met glas, email of steentjes. Het waren gebruiksvoorwerpen, maar vaak ook statussymbolen.

Keelknopen dienden om de hoge halsband van een hemd te sluiten – vaak verborgen onder een das, sjaaltje of jabot. Ze werden vooral in de 18e eeuw gebruikt, toen mannenhemden nog geen ingebouwde kraag hadden, maar losse halsbanden die nauw aansloten. Keelknopen zijn meestal klein, vlak en van messing, zilverlegering of ijzer. Ze hadden een functionele rol in de herenkleding van die tijd en zijn vaak sober uitgevoerd. Sommige zijn dubbelzijdig, met twee schijfjes en een staafje ertussen, net als bij manchetknopen.

boordeknoop ca1700-1743 (rijksmuseum)

Boordeknopen zijn kleine, dubbelzijdige knoopjes – meestal rond de 8–12 mm – en werden gebruikt om losse boorden (afneembare kragen) vast te zetten aan het hemd. Ze werden populair in de 19e en vroege 20e eeuw, toen stijve, afneembare boorden in de mode waren. Maar ook al eerder, in de 17e en 18e eeuw, zijn ze teruggevonden in maritieme context, bijvoorbeeld bij scheepswrakken van Oost-Indiëvaarders van de VOC. Dat wijst erop dat ook zeelieden – al dan niet van hogere rang – gebruik maakten van dergelijke knopen om hun kleding netjes te houden tijdens lange reizen. De knopen waren dan gemaakt van duurzaam metaal zoals messing waarschijnlijk vanwege de combinatie van slijtvastheid en glans.