tweedelig gestanst (ca1813-heden)

De tweedelig gestanste knoop is de opvolger van de gevulde knopen met een basis van hout, been of met een metalen schijfje.

Afbeelding 1
Afbeelding 2

In 1813 nam Benjamin Sanders uit Engeland een patent voor de machinale productie van met stof beklede knopen. Het mechanisme werd ook gebruikt voor onbeklede knopen. Technisch gezien was dit een slimme methode. De knoop bestaat uit een aantal verschillende onderdelen en een machine die de onderdelen kan stansen/persen, een schacht/oogje aan de achterkant kan bevestigen en het geheel eventueel met stof kan bedekken

Het werkt als volgt. De knoopbasis waarin of waaraan al een oog zit bevestigd wordt strak in een kapje gezet (afb 1, linkerkant) en vervolgens wordt de rand omgevouwen (afb 1, rechterkant). Doordat het kapje conisch is kan de basis nergens naar toe.

Later wordt deze techniek geperfectioneerd (zie afbeelding 2). Het kapje krijgt een extra vouw (A) zodat de basis daar op kan liggen. De basis wordt gereed gemaakt door het oogje er doorheen te halen en bij B vast te solderen. Vervolgens wordt achterkant met oog op de uitsparing A gelegd. Hierna wordt het uitstekende stuk C over de achterkant geperst.

Op de basis van dit soort nieuwe tweedelige knopen werden vaak namen van fabrikanten, kwaliteitsaanduidingen en decoraties door stansen aangebracht.

Vanaf de jaren 1820-1830 word mondjesmaat deze nieuwe techniek geïntroduceerd. Vanaf 1850 worden dit soort knopen echt populair. Vroege knopen (voor 1850) zijn eerder een uitzondering dan regel.

referentie A structural and functional analysis of eighteenth century buttons

Buttoning Down the Past: A Look at Buttons as Indicators of Chronology and Material Culture

Resultaat 1–45 van de 75 resultaten wordt getoond