Transit douaneloodje, voor doorvoervracht, waarschijnlijk van de Oostenrijkse Nederlanden (op basis van de rijksappel) of Spaanse Nederlanden.
Dit betekende concreet dat de goederen wel het land (of de douanezone) binnenkwamen, maar dat dit niet de eindbestemming was. De lading was slechts op doorreis naar een ander land. De specifieke betekenis achter deze termen op het loodje omvatte destijds drie cruciale aspecten:
1. Vrijstelling van invoerrechten en accijnzen Omdat de goederen niet voor de lokale markt bedoeld waren, hoefde de handelaar in het doorvoerland geen invoerrechten of belastingen te betalen. De tekst “Transit” gaf direct aan de douaniers aan dat deze vracht fiscaal met rust gelaten moest worden, mits de verzegeling intact was.
2. Douanetoezicht en verzegeling (Plomberen)Het loodje zelf was het bewijs dat de douane de lading bij de grens had gecontroleerd en officieel had afgesloten (geplombeerd). De tekst “Cargo en Transit” maakte duidelijk dat deze specifieke verzegeling gold voor een transport dat onder douanetoezicht stond. Zolang het loodje bij het verlaten van het land nog heel was, wist de douane dat er onderweg niets illegaal was uitgeladen of op de lokale markt was gecasht.
3. Franse invloed op de douanetermen. “Cargo en Transit” Frans was destijds de universele taal van de diplomatie, post en internationale douaneovereenkomsten). Het betekende simpelweg “vracht in doorvoer”.
Op de voorzijde zie je een schip, een tweemaster of driemaster.
Op de keerzijde de tekst:
wellicht BUREAU
DE N….
(bloemetje) CARGO
EN TRANSIT
(Afbeelding van en rijksappel)





